Laat ik beginnen met een bekentenis: Assassin’s Creed Black Flag was toch echt wel mijn favoriete AC in de serie. Het origineel uit 2013 staat in mijn geheugen gebrand als een van de hoogtepunten uit mijn gamejaren. Het was een van die zeldzame games die je echt meeneemt, waarbij je vergat dat je een uur geleden de vaat zou doen. Edward Kenway’s avonturen in de Caraïben voelden vrij, avontuurlijk en bovenal: echt. Toen Ubisoft een remake aankondigde, was mijn reactie dan ook dubbelzinnig. Enthousiast, misschien toch wel weer die zee op, maar ook de gedachte het is Ubisoft. De Studio die nu niet echt goed scoort de afgelopen jaren. De laatste games in de serie waren nice hoor, vergis je niet, maar het was allemaal wel anders van de originele formule.
Na tientallen uren op de Xbox Series X|S kan ik die zorgen volledig van tafel vegen. Black Flag Resynced is de remake die het origineel verdient, en meer dan dat: het is een herinnering aan wat deze franchise ooit was en nog steeds kan zijn.

Het verhaal van Edward Kenway staat centraal en is intact gelaten, wat eigenlijk ook alleen maar de juiste beslissing was. Edward is geen held. Hij is een piraat die rijkdom najaagt, zijn gezin verwaarloost en zichzelf verliest in zijn eigen hebzucht. Wat begint als een avontuur in de Gouden Eeuw van de piraterij ontwikkelt zich langzaamaan tot iets veel donkerders en menselijkers. De prijs die Edward betaalt voor zijn keuzes is voelbaar, en dankzij verbeterde animaties, uitgebreidere cutscènes en beter uitgewerkte karakters raken de emotionele hoogtepunten nu harder dan in het origineel. Ubisoft heeft slim ingegrepen zonder de kern aan te tasten, en dat is de juiste keuze. Ik kan je beloven dat je weer heerlijk kan verdwalen in deze titel.
Het nieuwe gevechtssysteem doet zijn werk, al heeft het ook zijn keerzijde. Het pareermechanisme, waarbij blauwe vijandaanvallen getimed worden afgeweerd en rode worden ontdoken, voelt strak en beloningsvol aan. Een perfecte parry gevolgd door een brutale afwerking raakt nooit vervelend, en de extra speelruimte die het systeem biedt, van het neertrekken van vijanden met de rope dart tot een snelle pistoolschot als opener, maakt gevechten gevarieerd. Maar eerlijk is eerlijk: ik mis iets van de rauwe chaos die het originele gevechtsysteem kenmerkte. Het was minder gepolijst, maar het voelde meer als een piraat die het er met geweld doorheen ging. Resynced is soepeler en moderner, en dat is niet per se slechter, maar fans van de klassieke aanpak zullen het verschil voelen. Het is een bewuste designkeuze die ik respecteer, daarbij veroverd deze manier mij langzaam aan.
Waar Resynced echt uitblinkt is op zee. De Jackdaw voelt beter dan ooit om te besturen. Het zweefgevoel dat schipgevechten in het origineel soms frustrerend maakte is verdwenen. Je hebt meer controle, het richten is preciezer en de nieuwe scheepsofficianten, elk met een eigen zijmissie die het verhaal verrijkt, voegen een welkome tactische laag toe. Wie de moeite neemt om alle officieren te rekruteren merkt al snel dat hun speciale vaardigheden het verschil maken in zware confrontaties op zee. Je kan mij ook niet wijs maken dat je hier niet van ga genieten, het uitschakelen van complete vijandige armada’s op zee.

Maar wat me het meest bijblijft is simpelweg hoe de Caraïben eruitzien. De oceaan voelt levendiger dan ooit. Dynamisch weer dat de golven hoog opstuwt, bliksemschichten die het water verlichten, stormwolken die zich boven de horizon samenpakken terwijl je de kanonnen laadt. En dan zijn er de rustige momenten: de manier waarop het vroege ochtendlicht op het water danst als je een tropisch eiland nadert, de felgroene jungle die langs de kust opdoemt. Ik heb regelmatig de controller neergelegd om simpelweg te kijken. Dat zegt genoeg over hoe goed Ubisoft Singapore de sfeer heeft weten te vangen.
Wat Resynced voor mij echt onderscheidt van de RPG-era is de vrijheid zonder level-gates. Er is geen enkel moment waarop de game je tegenhoudt omdat je statistieken nog niet hoog genoeg zijn. Een moeilijker gebied heeft gevaarlijker weer, sterkere schepen en meer vijanden, maar je kunt er vanaf het allereerste uur naartoe als je dat wilt. Die vrijheid is wat ik in Odyssey, Valhalla en Shadows zo heb gemist. Die games dwongen je urenlang te grinden voordat je het volgende verhaalstuk mocht zien. Resynced doet dat niet. Het vertrouwt de speler, en dat voelt als thuiskomen na een lange reis.

Die vrijheid strekt zich ook uit naar de activiteiten buiten het hoofdverhaal. Onderwaterschatten zoeken, vlootgevechten aangaan, huurcontracten voltooien, schipbreuken verkennen, harpoenjagen: alles levert iets nuttigs op voor Edward of de Jackdaw, en niets voelt als opvulling. In een tijdperk waarin open world games worden gevuld met honderden zinloze iconen en repetitieve zijmissies is het bijzonder verfrissend om een open wereld te spelen waarbij elk optioneel element een doel dient. De beloning is altijd relevant. De activiteit is altijd te doen. En nooit had ik het gevoel dat ik een checklist aan het afwerken was in plaats van een piraat die de zeven zeeën veroverde.
Assassin’s Creed Black Flag Resynced is geen revolutie. Het is geen poging om de serie opnieuw uit te vinden. Het is iets waardevollers: een zorgvuldige, respectvolle en visueel prachtige remake van een van de beste games die de franchise ooit heeft voortgebracht. Met kleine kanttekeningen over het gevechtssysteem dat niet iedereen zal overtuigen, is dit de beste Assassin’s Creed-game in meer dan een decennium. En bovenal is het een herinnering aan waarom we ooit zo verliefd zijn geworden op deze serie.

