Home GamingStarfield op PS5 voelt completer, soepeler en gewoon beter dan in 2023

Starfield op PS5 voelt completer, soepeler en gewoon beter dan in 2023

by Sven

Starfield is een ontzettend grote game en ondanks dat het origineel inmiddels alweer een paar jaar oud is, voelt het nog steeds als een game waar je onmogelijk alles van kunt zien in één playthrough. Toen wij hem in 2023 op Xbox Series X aan het reviewen waren (dankjewel Jos!), was al snel duidelijk dat dit geen slechte game was, maar wel eentje met flinke haken en ogen. De basis was sterk, de wereld was enorm, de Bethesda-saus zat er overal overheen, maar tegelijk voelde het ook alsof de game nog niet helemaal af was. Nu zijn we drie jaar, een hoop updates, een paar stevige verbeteringen en DLC verder, en met deze PS5-versie voelt Starfield eindelijk een stuk dichter bij de game die het waarschijnlijk vanaf dag één had willen zijn.

Laten we maar meteen beginnen met het belangrijkste punt, want dat is eigenlijk ook de grootste reden om Starfield nu pas op PlayStation 5 te spelen: dit is simpelweg een betere versie van de game. Niet omdat Bethesda ineens alle oude problemen compleet heeft weggewerkt, want dat is absoluut niet zo, maar wel omdat er op veel plekken net wat meer vlees op de botten zit. De game is stabieler, soepeler, iets fijner in balans en ook gewoon prettiger om te spelen dan bij release. Dat voel je eigenlijk meteen. Natuurlijk speelt de game op de Xbox Series X net zo goed, maar het is een luxe om de game ook op de Playstation 5 te kunnen spelen.

De opzet van Starfield is nog steeds hetzelfde. Je begint als mijnwerker, komt in aanraking met een mysterieus artefact, krijgt een wilde vision trip cadeau en wordt daarna langzaam maar zeker een onderdeel van een groter verhaal rond Constellation, artefacten en de vraag wat er eigenlijk nog meer in het universum schuilgaat. Dat verhaal werkt nog steeds prima. Sterker nog, ik vind nog steeds dat de main story van Starfield een paar verrassend sterke momenten heeft, zeker later in de game. Er zitten missies in die qua opzet en sfeer echt bij het betere werk van Bethesda horen. Alleen blijft het ook nu zo dat het hoofdverhaal niet altijd zo hard raakt als het zelf denkt dat het doet.

En dat is misschien wel de beste samenvatting van Starfield als geheel. Het is een game die heel vaak iets heel vets doet. Wat wel jammer is, is dat voor elke geweldige ontdekking is er ergens ook weer een laadscherm. Voor elke sterke quest is er weer een gesprek met een NPC die je wat glazig aankijkt terwijl hij zijn dialoog opdreunt. Voor elk tof moment op een planeet is er ook weer een moment waarop je denkt: oké, hier is niet heel veel te doen. Dat was in 2023 al zo, en dat is in 2026 nog steeds een beetje zo. Alleen voelt het allemaal nu minder storend, omdat de game gewoon beter draait en meer tools heeft om zichzelf overeind te houden.

Wat in ieder geval nog steeds overeind blijft, is dat Starfield echt niet op zijn best is als je hem puur voor de main story speelt. Net als bij Skyrim, Fallout en eigenlijk bijna elke grote Bethesda game zit de echte magie ook hier in alles wat ernaast gebeurt. Je loopt ergens een stad in, vangt een gesprek op, ziet een gek briefje liggen, hoort een oproep via de radio of raakt verzeild in een questline waar je oorspronkelijk helemaal niet mee bezig was, en voor je het weet ben je uren verder. Dat is nog steeds de grote kracht van Starfield.

De facties zijn daarbij opnieuw een van de beste onderdelen van de hele game. Of je nu meer richting bounty hunting, politiek, militaire missies of wat schimmigere zaakjes trekt, juist die zijpaden geven de wereld veel meer karakter dan het hoofdverhaal soms doet. In die quests zit vaak meer focus, meer persoonlijkheid en soms ook gewoon meer plezier. Dat was bij launch al zo, maar voelt nu nog duidelijker, juist omdat de game als totaalpakket beter in elkaar zit.

Dan komen we automatisch bij de ruimte zelf, want dat blijft natuurlijk het punt waar iedereen naar kijkt bij Starfield. En ook hier is de situatie eigenlijk hetzelfde als toen, maar dan wel verbeterd. Starfield is nog steeds geen ruimtegame waarin je naadloos van planeet naar planeet scheurt alsof je in No Man’s Sky of Elite Dangerous zit. Het blijft een game met menu’s, hubs, laadschermen en systemen die de illusie van ruimte soms nét iets te vaak doorbreken. Alleen heeft Bethesda met de Free Lanes-update wel echt een stap gezet om dat minder storend te maken.

Free Lanes is wat mij betreft echt een van de belangrijkste verbeteringen die de game heeft gekregen. Waar het ruimtereizen vroeger vaak aanvoelde als icoontjes aanklikken en wachten tot je er was, voelt het nu veel meer alsof je daadwerkelijk onderweg bent binnen een systeem. Je kunt tussen punten reizen, encounters vloeien natuurlijker in elkaar over en het hele idee van “ik ben in de ruimte” landt gewoon beter. Het maakt de game niet ineens volledig seamless, want daar is de engine simpelweg niet voor gebouwd, maar het helpt wel degelijk. Starfield voelt hierdoor eindelijk iets minder als fast travel simulator en iets meer als ruimteavontuur.

Dat gezegd hebbende, moet je ook weer niet verwachten dat dit ineens het hele fundament verandert. Laadschermen zijn er nog steeds genoeg. Planeet in, planeet uit, gebouw in, gebouw uit, missie starten, lift pakken, noem maar op. Dat blijft gewoon een deel van de Starfield-ervaring. Alleen ben ik nu veel sneller geneigd het te accepteren, omdat de game er eindelijk ook wat meer tegenover zet.

Wat ook helpt, is dat planeetverkenning fijner is geworden. Eén van de dingen die in de loop van die drie jaar echt verschil hebben gemaakt, is dat je nu veel minder het gevoel hebt dat je alles te voet moet uitploegen. De toevoeging van een buggy klinkt misschien als een relatief kleine update, maar in de praktijk scheelt het echt enorm. In de originele versie kon het verkennen van planeten soms behoorlijk stroperig voelen, zeker als je weer eens een eind moest lopen voor iets wat uiteindelijk nauwelijks interessant bleek. Nu voelt dat allemaal net wat soepeler en sneller. Niet elke planeet wordt daardoor meteen boeiend, want ook dat blijft een wisselvallig onderdeel van de game, maar het haalt wel frustratie weg.

En dat is belangrijk, want laten we eerlijk zijn: de planeten in Starfield blijven een mixex bag in mijn ogen. Sommige locaties zijn echt prachtig en werken geweldig als sfeerplek. Een verlaten maan met een gigantische planeet aan de hemel, een stoffige nederzetting, een schip dat in de verte landt terwijl jij net over een rotsrand loopt, dat soort momenten zijn nog steeds fantastisch. Maar daar tegenover staan ook genoeg planeten die vooral leeg, herhaald of een beetje saai aanvoelen. De gemaakte steden door Bethesda en missiegebieden zijn nog steeds veel sterker dan de meer zelf gegenereerde planeten en oppervlaktes. Neon blijft bijvoorbeeld een heerlijke stad om doorheen te lopen, zeker ’s nachts, terwijl sommige random planeetoppervlakken na een paar minuten wel gezien zijn.

Qua systemen blijft Starfield ook echt een typische Bethesda-RPG. Dat betekent dus dat er weer absurd veel te verzamelen, te craften, te bouwen, te verkopen en te sleutelen valt. Het betekent ook dat je binnen no time weer met veel te veel spullen op zak loopt. En ja, ook in het jaar 2330 kun je nog steeds te zwaar worden ( je bag) door een berg troep mee te slepen die je waarschijnlijk helemaal niet nodig hebt. Dat blijft ergens grappig, maar ook gewoon irritant. Zeker omdat Starfield je overspoelt met resources, normale items en spullen waarvan je denkt dat ze later vast handig zijn. De inventory management is nog steeds niet een van de sterke kanten van de game, ook al kun je tegenwoordig wel meer instellingen tweaken om dat iets dragelijker te maken.

Die extra instellingen zijn trouwens wel echt fijn. Starfield geeft je nu meer ruimte om dingen naar smaak af te stellen. Je kunt bepaalde elementen wat makkelijker of juist moeilijker maken. Meer inventory space bijvoorbeeld voelt niet als cheaten, maar gewoon als een goede update waardoor je niet meer knettergek wordt. Zeker in een game die zó veel systemen op je afvuurt, is het prettig dat je de ervaring een beetje kunt aanpassen aan hoe jij wil spelen.

Ook de DLC helpt daarbij om het totaalpakket sterker te maken. Waar Starfield in 2023 soms nog voelde als een game met een enorm fundament, maar ook met wat lege ruimtes ertussen, voelt het nu meer als een compleet pakket. De extra verhaallijnen en nieuwe regio’s geven de game gewoon meer body. Niet elke toevoeging is meteen baanbrekend, maar alles bij elkaar zorgt het ervoor dat de PS5-versie (en ook de Series X versie) rijker en afgeronder aanvoelt. Dit is niet zomaar dezelfde game van drie jaar geleden die even naar een ander platform is geschoven. Dit voelt echt als de versie waar de meeste kinderziektes uit zijn gehaald.

De combat blijft ondertussen één van de prettigste verrassingen. Dat was toen al zo, en dat is nog steeds zo. Bethesda stond nooit bekend om geweldig schietwerk, maar in Starfield voelt het gewoon goed. Wapens hebben gewicht, schieten voelt lekker direct en de afwisseling is groot genoeg om firefights interessant te houden. Zero-G gevechten zijn nog steeds heel tof en zorgen voor precies die momenten waarop Starfield even iets anders voelt dan “Fallout in space”. Ook het gebruik van de jetpack maakt combat net wat speelser. Je beweegt meer, springt anders door arena’s en er zit gewoon meer vaart in dan in oudere Bethesda-games.

Op PlayStation 5 komt daar nog de DualSense bij, en die doet precies wat je hoopt. Geen overdreven gimmicks, maar gewoon subtiele extra feedback waardoor wapens net wat zwaarder voelen, mining wat meer karakter krijgt en opstijgen of landen net wat meer impact heeft. Het zijn kleine dingen, maar ze helpen wel om alles wat tastbaarder te maken. Zeker in een game waarin je zoveel schiet, scant en met je schip bezig bent, voelt dat gewoon prettig.

Dan is er nog ship building, en eerlijk, dat blijft voor mij één van de leukste systemen van de hele game. Je kunt hier echt compleet in verdwijnen. In het begin denk je nog: leuk, ik pas wat dingen aan. En een paar uur later ben je bezig met layouts, wapensystemen, modules, cargo en het bouwen van een schip dat helemaal van jou voelt. Het is precies zo een systeem waar Bethesda goed in is. Niet omdat het super overzichtelijk is, want dat is het niet altijd, maar omdat je er eindeloos in kunt rommelen en er steeds weer iets nieuws uit kunt halen.

Grafisch blijft Starfield een vreemde mix. Op sommige momenten ziet de game er nog steeds echt prachtig uit. De belichting, de schaal van sommige landschappen, de details in schepen en omgevingen, het werkt allemaal nog steeds heel goed. Maar tegelijk ogen NPC’s en gezichten nog vaak alsof ze uit een oudere generatie komen. Animaties blijven soms stijf en gesprekken missen nog steeds die dynamiek die je in moderne RPG’s vaker ziet. Je voelt op die momenten echt dat Bethesda nog steeds vasthoudt aan een bepaalde oude manier van presenteren. Dat is niet per se gamebreaking, maar het haalt de game soms wel uit zijn eigen epische sci-fi-sfeer.

Als je dit speelt in de hoop op de ultieme ruimte simulatie, dan zal je tegen een aantal zaken analopen. Als je een superstrakke RPG zoekt met geweldige dialogen, goede animaties en exploration, dan zijn er andere games die dat beter doen. Maar als je zin hebt in een enorme Bethesda RPG waar je kunt verdwalen in quests, facties, outposts, planeetverkenning, scheepsbouw en dat heerlijke gevoel dat er altijd nog iets nieuws om de hoek zit, dan is dit nu zonder twijfel de beste versie van de game, tot nu toe.

Related Posts

Leave a Comment