Nieuwe berichtgeving van Bloomberg suggereert dat Sony zwaarder wordt getroffen door de wereldwijde geheugentekorten dan eerder werd aangenomen. Volgens bronnen “familiar with the company’s thinking” zou Sony overwegen om de lancering van de PlayStation 6 uit te stellen tot 2028 of zelfs 2029.
Dat zou een duidelijke breuk betekenen met Sony’s traditionele consolestrategie, waarbij hardwarecycli strak worden gepland om gebruikersbetrokkenheid en ecosysteemgroei in stand te houden.
RAM-prijzen onder druk
De kern van het probleem ligt bij de huidige, extreem volatiele RAM-markt. Zowel Sony als Nintendo zouden de stijgende geheugenprijzen nauwlettend in de gaten houden.
Eerdere geruchten wezen al op “ongoing talks at high levels” binnen de industrie over de hoge kosten van geheugenmodules. Sony zou extra gevoelig zijn voor die prijsstijgingen, omdat de PS6 naar verluidt bijzonder ambitieus wordt qua specificaties.
Geruchtte PS6-specificaties:
- 30 GB GDDR7 RAM (home console)
- 24 GB GDDR7 RAM (handheld variant)
- 3 GB geheugenmodules
- Tot 32 GB/s transfersnelheid per module
- 160-bit memory bus
- Totale bandbreedte rond 640 GB/s
Dat is aanzienlijk meer dan de 16 GB die de PS5 momenteel gebruikt. Combineer dat met de overstap naar GDDR7 en je begrijpt waarom stijgende RAM-prijzen een grote impact kunnen hebben op de kostprijs.
Daar komt bij dat recente geruchten stellen dat de GPU van de PS6 niet volledig gebaseerd zal zijn op AMD’s RDNA 5-architectuur, wat erop wijst dat Sony mogelijk kiest voor een hybride of aangepaste oplossing.
Nintendo in dezelfde storm
Ook Nintendo houdt de geheugensituatie scherp in de gaten. Shuntaro Furukawa gaf onlangs aan dat het bedrijf actief kijkt naar componentprijzen, wisselkoersen en Amerikaanse handelstarieven.
Vooralsnog zou Nintendo geen directe last hebben van tekorten, omdat het benodigde hardware al eerder is ingekocht. Toch sluit Furukawa prijsaanpassingen niet uit:
“Hardware profitability depends on factors like component procurement conditions, cost reductions through mass production, and the impact of exchange rates and tariffs.”
Er wordt zelfs gespeculeerd dat de Nintendo Switch 2 later dit jaar mogelijk een prijsverhoging kan krijgen, al is daar nog niets officieel over bevestigd.
Handelstarieven maken het nog complexer
De situatie wordt verder bemoeilijkt door Amerikaanse handelstarieven. Furukawa omschreef deze als een “kost” die in sommige gevallen kan worden doorberekend aan de consument.
Dat zet consolefabrikanten voor een moeilijke keuze:
- Hogere verkoopprijs
- Lagere winstmarges
- Of uitstel van lancering
In een periode waarin nieuwe hardware juist momentum moet opbouwen, is dat een delicate balans.
Breder industrieprobleem
Sony en Nintendo zijn niet de enige partijen die geraakt worden. Zelfs Valve zou volgens recente berichten vertraging hebben opgelopen met hardwareplannen vanwege stijgende RAM-prijzen.
Dat onderstreept dat dit geen geïsoleerd probleem is, maar een bredere marktverstoring die de hele industrie raakt.
Wat betekent dit concreet?
Als Bloomberg’s informatie klopt, dan kan de volgende generatie consoles later komen dan verwacht. Een verschuiving naar 2028 of 2029 zou betekenen:
- Langere levensduur voor PS5
- Meer cross-gen releases
- Grotere focus op optimalisatie en mid-gen upgrades
Voorlopig hebben noch Sony noch Nintendo officieel gereageerd op het rapport. Maar één ding is duidelijk: de strijd om next-gen power draait niet alleen om technologie, maar ook om beschikbaarheid en betaalbaarheid van de componenten die die power mogelijk maken.

