Home GamingTiny Garden review (Switch)

Tiny Garden review (Switch)

by Sven

Tiny Garden is zo’n game die je in eerste instantie bekijkt en meteen in een hokje stopt. Oh, gezellig. Oh, schattig. Oh, weer zo’n cozy game waarin je een beetje plantjes neerzet en vooral probeert niet gestrest te raken. En ja, dat is Tiny Garden ook wel een beetje, maar na een paar uur merk je al snel dat er onder die zachte kleuren en speelgoedlook gewoon een puzzelgame verstopt zit die je veel meer bezig houdt dan je vooraf zou denken. Het begon voor mij echt als zo’n titel waarvan ik dacht: leuk voor tussendoor. Inmiddels snap ik heel goed waarom mensen hier compleet in verdwijnen.

Het hele idee van Tiny Garden is eigenlijk meteen de grootste charme. Je speelt niet in een normale tuin, maar in een soort magisch speelgoeddoosje dat ergens tussen een compact speelsetje en een ouderwets pruldingetje uit de jaren 90 in hangt. Alles voelt klein, knus en een tikje nostalgisch. Je plant zaadjes, draait aan een zwengel om de tijd vooruit te zetten en oogst vervolgens de planten die je hebt laten groeien. Daarmee speel je weer nieuwe zaden, decoraties, stickers en customization-opties vrij. Dat klinkt simpel, en in het begin is het dat ook, maar Tiny Garden heeft al vrij snel door dat het niet genoeg is om alleen maar cute te zijn.

De echte gameplay zit namelijk in hoe planten de grond om zich heen veranderen. Dat is het moment waarop Tiny Garden ineens van een relaxte farminggame verandert in een soort knusse denkpuzzel. Een cactus maakt de vakjes om zich heen droog. Andere planten zorgen juist weer voor water, modder of vruchtbare grond. En omdat veel gewassen alleen op een specifiek type ondergrond kunnen groeien, ben je constant aan het schuiven, plannen en uitvogelen wat je waar neer moet zetten. Het is geen hectische game, totaal niet zelfs, maar het is wel een game die je hoofd aan het werk zet. Juist dat maakt het zo leuk.

Wat Tiny Garden slim doet, is dat het je heel rustig binnenhaalt. Je begint klein, met weinig vakjes en weinig opties, waardoor alles lekker overzichtelijk voelt. Maar hoe verder je komt, hoe meer systemen erbij komen en hoe groter je speelruimte wordt. Daardoor heb je steeds het gevoel dat je weer iets nieuws ontdekt. Een nieuw zaadje. Een nieuw type terrein. Een nieuwe manier om je tuin efficiënter in te delen. Dat opbouwende gevoel werkt heel goed, omdat je continu het idee hebt dat je ergens naartoe werkt zonder dat de game je opjaagt met timers, scores of andere stress.

Tegelijk merk je ook dat Tiny Garden daar later een beetje in doorslaat. In de eerste uren voelt alles lekker intuïtief, maar verderop wordt het soms wel erg veel onthouden. Je moet dan meerdere soorten planten uit verschillende collecties combineren om weer iets nieuws vrij te spelen, en dan ben je af en toe meer bezig met uitpluizen wat je precies nodig hebt dan met het ontspannen opbouwen van je tuin. Voor mensen die gek zijn op verzamelen en optimaliseren is dat waarschijnlijk juist de reden om door te spelen, maar ik had op sommige momenten wel iets vaker het gevoel dat de game mij liet werken in plaats van andersom.

Dat gevoel wordt nog versterkt door het verzamelen. Tiny Garden is namelijk niet alleen een game over plantjes laten groeien, maar ook een game die je de hele tijd verleidt om echt alles te unlocken. Nieuwe meubels, nieuwe stickers, andere kleuren, nieuwe aankleding voor het speelgoed, extra brieven, nieuwe farmers en nog meer van dat soort dingen. Daar zit absoluut iets verslavends in, want het spel is constant bezig om je een klein worteltje voor te houden. Nog één plantje. Nog één ruil. Nog één unlock. Alleen had ik niet bij elk systeem even sterk het gevoel dat ik er echt om gaf. De meubels en customization zijn leuk en passen perfect bij de sfeer, maar stickers bijvoorbeeld voelden voor mij meer als iets wat bestaat omdat het erbij hoort dan als iets waar ik echt enthousiast van werd.

Het verhaal is ook zoiets. Door de game heen speel je brieven vrij die je iets meer vertellen over het speelgoed en de mensen die ermee verbonden zijn. Dat geeft Tiny Garden een warmere, persoonlijkere onderlaag en het voorkomt dat je alleen maar bezig bent met mechanieken. Maar verwacht geen enorm meeslepend verhaal waar je helemaal in gezogen wordt. Het is meer een sfeervolle omlijsting dan een reden om door te blijven spelen. Dat hoeft ook niet per se een probleem te zijn, want de game leunt duidelijk veel harder op de gameplayloop dan op het narratieve deel, maar het zorgt er wel voor dat die emotionele laag nooit helemaal binnenkomt.

Visueel is Tiny Garden precies wat je zou hopen dat het is. Alles ziet eruit alsof het onderdeel is van een klein speelwereldje dat je openklapt op tafel. De kleuren zijn zacht, de stijl is vriendelijk en bijna elk object heeft dat miniatuurgevoel waardoor je meteen zin krijgt om alles netjes in te richten. Het is geen game die technisch indruk maakt of je omver blaast met detail, maar dat hoeft ook helemaal niet. Alles draait hier om sfeer, en op dat vlak zit het gewoon goed. Die speelgoedlook is niet alleen een gimmick, het is echt de identiteit van de game.

De muziek doet ondertussen prima zijn werk, maar is niet het soort soundtrack dat dagen later nog in je hoofd blijft hangen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de sound effects. Ze passen erbij, ze storen niet, maar het zijn ook niet de elementen die Tiny Garden dragen. Dat is verder niet heel erg, want de game moet het vooral hebben van het gevoel dat je in een klein, knus systeempje zit te rommelen waar alles nét lekker genoeg werkt om je door te laten gaan.

Op Nintendo Switch speelt Tiny Garden over het algemeen gewoon goed, al merk je wel dat dit soort interfaces vaak net wat lekkerder aanvoelen met een muis. Met een cursor over kleine onderdelen bewegen is soms wat minder soepel dan je zou willen, en sommige menu’s voelen af en toe een beetje priegelig. Touchscreen-ondersteuning helpt daar gelukkig wel bij in handheldmodus. Het is nergens zo irritant dat het de game onderuit haalt, maar het is wel iets waar je rekening mee moet houden. Dit is geen rampzalige port of zo, alleen ook niet per se een game die helemaal voelt alsof hij vanaf dag één rond een controller is gebouwd.\

Wat ik Tiny Garden vooral moet nageven, is dat het heel goed weet wat het wil zijn. Het probeert niet groter, dramatischer of ingewikkelder te doen dan nodig is. Het wil een relaxte, charmante game zijn waarin tuinieren en puzzelen samenkomen in een speelgoedachtige setting, en daarin slaagt het absoluut. Alleen zit er wel een grens aan hoe lang die loop fris blijft. Op zijn best is Tiny Garden heerlijk rustgevend en slim tegelijk. Op zijn mindere momenten wordt het een beetje een checklist van resources, unlocks en systemen waar je doorheen moet.

Uiteindelijk is Tiny Garden voor mij vooral een game die veel goodwill opbouwt door zijn uitstraling en originele insteek, en die goodwill ook grotendeels waarmaakt dankzij de verrassend sterke puzzelmechanieken. Niet elk onderdeel is even interessant, niet elke unlock voelt even waardevol en richting het latere deel van de game had het allemaal net wat strakker gemogen. Maar als je houdt van cozy games die niet alleen op sfeer teren en je juist ook iets geven om over na te denken, dan heeft Tiny Garden echt wel iets. Het is klein, lief en soms een tikje repetitief, maar ook precies het soort game waarvan je om elf uur ’s avonds denkt: ik speel nog vijf minuutjes, en dan ineens een uur verder bent.

Related Posts

Leave a Comment